Inspiratie: Jeroen de Bruijn, Interieurarchitect

Deel drie in een serie over het thema ‘Inspiratie’, ditmaal interviewen we een bevlogen vakgenoot hierover: Jeroen de Bruijn.

Welkom, Jeroen. We zijn erg benieuwd naar wie Jeroen de Bruijn is en wat je zoal in het dagelijks leven doet. Dus: vertel, vertel!

Toen ik nog een klein Tilburgs mènneke was en je vroeg me wat ik later wilde worden had ik twee wensen; straaljagerpiloot en striptekenaar. Ik ben altijd erg gefascineerd geweest van techniek en ik hou ervan om dingen te doen die het leven een beetje uitdagen. Verder ben ik een echte creatieve verhalenverteller, een belangrijk aspect in mijn werk.

Ik ben na de MTS begonnen als bouwkundig tekenaar, waarin ik de lol vooral vond in het tekenen en de technische aspecten van het vak. Na dit een aantal jaar te hebben gedaan had ik een creatief ei te leggen en ben ik naar de kunstacademie gegaan om interieurarchitect te worden. In deze rol heb ik aan veel mooie projecten mogen werken. Het nieuwe bedrijfsrestaurant van ASML en de recent opgeleverde vestiging van Rabobank De Langstraat zijn van mijn hand.

Momenteel werk ik bij EGM Architecten in Dordrecht, een van de grootste architectenbureaus in Nederland. Hier werk ik samen met ons team aan een grote diversiteit aan projecten waarbij de nadruk ligt op de zorg, zowel de ‘cure’ als de ‘care’ kant. Ik ben onder andere bezig met het inrichten van het nieuwe hoofdgebouw op de campus van een academisch ziekenhuis. Daarin krijgen we de kans om juist de focus te leggen op hospitality en ontwerpen vanuit de filosofie ‘de patiënt als partner’, een prachtige uitdaging.

Een interieurarchitect is veel meer dan een bedenker van een mooi plaatje. Wat zijn voor jou de mooiste aspecten van je beroep?

Volgens mij komt in mijn beroep alles samen wat komt kijken bij het beleven van ruimte. Interieur is iets wat erg dicht bij de mens staat, niet alleen qua praktisch gebruik maar ook op het gebied van sfeer en uitstraling, je wordt er helemaal in ondergedompeld. Om dit goed te laten slagen moet je in de huid kruipen van je klant en de gebruikers. Daarom vind ik het fantastisch om op basis van een goed onderzoek naar mijn opdrachtgever aan de slag te gaan. Zo wordt elk project wat ik ontwerp – groot of klein – een echt maatpak. Dit levert vaak een authentiek resultaat op wat los staat van mode of trends, dat maakt het echt eigen.

We weten dat je naast je passie op je werk, ook een aantal creatieve hobby’s hebt, wil je ons daar wat meer over vertellen?

Als bourgondische Brabander hou ik van lekker eten en drinken. Daarom experimenteer ik graag in de keuken, en zeker niet alleen in het weekend. Om de Brabantse lifestyle compleet te maken ontdek ik onze prachtige en culinaire provincie graag met de motor. Lekker over de binnenwegen ploffen met veel stuurwerk ligt me het beste, ik ben wat dat betreft geen snelheidsduivel. Sporten is nooit mijn ding geweest, maar dansen vind ik heerlijk. Samen met mijn meisje ben ik enthousiast Lindy Hop’er, dansen op muziek uit de jaren 20, 30 en 40.

Als ik aan het werk ben zit (of sta!) ik veel achter mijn werktafel, schetsend of visualiseren met de computer. Om hierin de balans te vinden ga ik in mijn vrije tijd liever met mijn handen aan de slag. Ik heb een werkplaats vlakbij huis met het nodige gereedschap om hout en metaal te kunnen bewerken (als een ware gereedschapsfetisjist ;). Om dit de combineren met de liefde voor motoren ben ik een oldtimer aan het verbouwen naar een café racer. Dat wil zeggen dat je een productiemotor ‘uitkleedt’ en ombouwt tot een echte oldschool bike met – in mijn geval – zoveel mogelijk unieke en handgemaakte onderdelen en details. Ik vind het bijna meditatief om hiermee bezig te zijn. Een combinatie tussen design, techniek en zelf iets maken, wat wil je nog meer! In de zomer van dit jaar hoop ik klaar te zijn met mijn project en lekker te kunnen touren.

Het thema van deze blogserie is ‘inspiratie’, wat betekent deze term voor jou?

Inspiratie is voor mij de brandstof voor de creatieve geest, zonder ben ik nergens. Of ja, tenminste niet meer dan een hondje wat zijn eigen staart achterna zit. Het is erg belangrijk om als ontwerper een brede en open blik te hebben naar alles om je heen. Inspiratie zit in bijna alles, als je het maar ziet en toelaat. Bij veel creatievelingen staan gedachten nooit stil en dat is bij mij ook het geval. Ontwerpen doe je niet van 9 tot 5 maar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Juist als je even de mogelijkheid krijgt om uit de waan van de dag te stappen (bijvoorbeeld in de garage) komen de beste ideeën en vallen dingen op hun plek. Daar kan ik echt van genieten!

En dan de hamvraag, waar al onze lezers natuurlijk graag je antwoord op willen zien: waar haal jij je inspiratie uit?

Een van de belangrijkste en meest essentiële inspiratiebronnen in je werk als ontwerper is je opdrachtgever. Elk project heeft zijn eigen randvoorwaarden en daar zitten vaak een paar inspirerende pareltjes tussen. Maar naast de wensen van je klant, de locatie en de identiteit (Wie is je opdrachtgever en waar wil hij/zij naartoe?) is er bij mij altijd sprake van een extra inspirerend element. Je zou dit een conceptuele metafoor kunnen noemen, iets wat het ontwerp voor mijn gevoel kloppend maakt. Hiervoor laat ik me vooral inspireren door dingen die niets met toegepaste architectuur of interieur te maken hebben, designmagazines of websites hou ik niet bij. Wel bezoek ik veel musea en zie daar het liefste kunst met een combinatie tussen verwondering en nieuwe techniek. Dit kan heel subtiel zijn, zoals het werk van James Turrell in De Pont (Wedgework III) of de installaties van Studio Drift. Het werk van Daan Roosegaarde, poëtisch en hightech, vind ik ook erg inspirerend. Hij weet op de juiste manier bestaande technieken te combineren en – vaak verhalend – toe te passen.

Jeroen, namens Hen Die Geïnspireerd Willen Worden En Dat Nu Zeer Zeker Zijn: hartelijk dank voor je tijd en het leuke interview!